Héél vroeg op vandaag. vijf uur om precies te zijn.

Geen bal aan denk ik bij mijn eigen. Met een duffe kop pak ik mijn spullen. dan lopen we naar de auto. We pakken hem in, en vertrekken met zijn allen. Ook al zegt Cor steeds op eigen gelegenheid naar, het schijnt toch te betekenen in konvooi rijden. Maakt niet uit, al ben ik wel meer van het zelf doen. Dan kan je gewoon eens gas geven of stoppen 'gelijk u wilt'. zoals de heren Belgen dat zo mooi kunnen zeggen. Cor rijdt flink door, alsof hij door den duivel op de hielen wordt gezeten, maar alla, hij zit dan ook eerder aan de koffie dan wij dat doen. Hoewel het Peter zeker tien keer is vertelt, kan hij maar moeilijk geloven dat we hier ook stoppen voor koffie, en foto's.

Als ik dan ook nog eens geheel ten overvloede de laatste 20 liter in de tank gooi, om van de Dirhams af te komen, kijkt hij alsof hij het in Keulen hoort donderen. Het lijkt of alles wat Cor tijdens zijn korte, maar duidelijke briefing heeft vertelt, kompleet aan hem voorbij is gegaan. Na ja, tank zit weer vol, en ik kan er ook weer tegen aan. We wisselen van bestuurder, en ik rij naar naar de grens. Er moeten veel dingen geregeld worden aan de grens, moet allerhande onduidelijke stempels en minstens even belangrijke stempels. Vervolgens wordt er gevraagd om souvenirs -Lees steekpenningen - maar vooral om bier.  Dat bier is voor ons, daar blijven ze vanaf, en dus zeg ik dat we natuurlijk geen bier hebben. Dat is immers verboden in Mauritanië! Ik mag zonder veel moeite verder.

Al het goede komt in drieën moeten ze hier gedacht hebben, en dus kom je door drie politie, dan wel douaneposten eer je het land uit bent. Een stukje niemandsland volgt. Er zijn hier veel autowrakken waarvan het ons onduidelijk is hoe ze hier terecht komen.

Er schijnen mijnen te liggen, en dus is het verzoek om de gids nauwkeurig te volgen. De landrover voor mij stopt op lullige plekken en rijdt tergend langzaam voor me. De Peugeot heeft een hogere minimum snelheid, en ik krijg het heen en weer van die eigenwijze gozer. Verdomme, rijd toch gewoon een ienemienie beetje door. Zit er niet in, en dus moet ik ook maar wat meer afstand houden... Wel vind ik het kicken om nu te kunnen zeggen dat ik ook door een mijnenveld heb gereden. Al geloof ik niet dat op dit precieze stukje nog mijnen liggen. Het is voor de gidsen gewoon te lucratief om te missen.....

En dan komen we aan de Mauritaanse kant. Wat opvalt zijn is dat de mensen hier opeens helemaal zwart zijn, en dat ze met dikke, zwarte nylon parka's onder de brandende zon hun werk doen. Wat dat precies inhoud is mij nog niet helemaal duidelijk. Voornamelijk heen en weer lopen met een erg belangrijk gezicht opgezet. Weer veel onbeduidende papiertjes, drie keer langs de posten, een tientje betalen. Joost mag weten waarvoor en dan gaan met die banaan. We komen direct in een ander landschap. Heel veel zandiger,  en nog minder begroeiing. Wel weer meer kamelen en een paar enorme treinen. Honderdrieennegentig lang. Misschien wel een kilometer lang, wie zal het zeggen.

We rijden in konvooi, omdat we niet verzekert zijn, rijdt ik voorzichtiger dan anders. De Daihatsu voor ons heeft geen remlicht, en ik zie dan ook te laat dat hij remt. Flink remmen dus, waardoor de auto achter me een nog heftigere stop moet maken. Er wordt door het bakkie het nodige commentaar geleverd, ik denk er het mijne van. Dan moet ook de Rocky gemaakt worden.

We rijden verder Noaddibou, een plaatsje in het noorden van Mauritanië. We gaan naar Camping Abba. In colonne door de stad rijden is een onmogelijke opgave. De bus raakt steeds verder uit zicht en over het bakkie hoor ik of ik even wil wachten bij de splitsing om de achterblijvers de weg te wijzen. Peter is woest als ik hier gehoor aan geef. Schijt. We reizen in een groep en dan probeer je mekaar te helpen nietwaar? Als we op de camping aankomen en we naar binnen gaan om geld te wisselen en de autoverzekering af te sluiten hoort Peter ven kamertjes te huur en die worden dan ook meteen besteld, of ik wil of niet. Ik heb echter echt geen zin om uit eten te gaan, en kook mijn prakkie onder het toeziend oog van de schoonmaakster. Ze vind het lekker ruiken en als ik uitgegeten ben vraagt ze of ze de rest mag. Dat mag mij. Ze geniet er met volle teugen van.

Ik ruim de boel op, ze bedankt me, en ik pak mijn spullen. Neem de laptop mee naar mijn kamer om verder te gaan met dit schrijven.

Morgen echt de Sahara in. Ik ben benieuwd hoe de Peugeot en Peter zich gaan houden.....