Redelijk vroeg op vandaag.
Eerst koffie natuurlijk.
Douchen, spullen inpakken. Voor ontbijten is geen tijd meer. Ik moet opschieten want de anderen staan al te wachten.
In konvooi gaan we naar de haven om op de boot te gaan.
Terwijl we staan te wachten op de boot hoor ik voor eerst van het arresteren van Stefan.
Hij had gisteravond iets te diep in het glaasje gekeken, en mocht van oom agent mee naar het bureau. Een novallty voor de Antwerpen-Banjul. Het is nog niet eerder gebeurd dat er iemand de boot mistte vanwege een arrestatie. Een dag later vertrekken ook zij, heb ik van horen zeggen. Ik ben ze nog niet weer tegen gekomen, maar wat in het vat zit verzuurt niet

Er stond weer een lekker windje, dus moest je je goed vasthouden om niet om te flikkeren op die boot.
Sommigen echter vielen er gewoon bij in slaap... Maar dat kan natuurlijk ook komen door de gezellige avond ervoor, natuurlijk!

Een ruige overtocht dus, gevolgd door een geweldige grens overgang. Marokkaanse douaniers gaan met elkaar op de vuist voor een paar rottige balletjes. Mini basketballetjes, om precies te zijn. Een agent komt er aan gerent. Je denkt misschien om de vechters uit elkaar te halen, maar nee, deze agent was ook een Marokkaanse. Hij wou ook een balletje namelijk. Zo heb je nog even wat entertainment, terwijl de opperchef 5 uur lang laat zien hoe belangrijk hij wel niet is, door te wijzen op een foutje in de fax die de ambassade voor Cor gestuurd had. Niet Ceuta maar Tanger stond als plaats van binnenkomst. Vijf uur lang en maar weer opnieuw dozen checken, inpakken, uitpakken en laten zien dat ze allemaal erg belangrijk zijn. Sommigen zelfs zo belangrijk dat ze met drie van lager in rij staande collega's gescoorde balletjes naar huis mogen gaan. Een lach van oor tot oor op hun nare koppen. Opeens kunnen we verder.
Op naar het winkelcentrum waar we op elkaar zouden wachten. Natuurlijk gaat dit ook niet vlekkeloos. Bij een bank krijgen we van het busteam een treetje met blikjes bier in onze handen gedrukt. We weten niet waar de rest is, maar een drukke Marokkaan opeen brommer brengt de teams bijeen. We doen nog wat boodschappen, luchtten ons hart, drinken en eten iets, en gaan op pad.

Op naar Fés. Wordt ook een heel avontuur.aar.
Cor lijkt de verloren uren in te willen halen. Op enig moment rijdt hij of zijn maatje, met bijna honderd kilometer per uur een dorp in waar veertig is toegestaan. Peter rijdt toevallig, maar was ik het geweest, had ik toch mijn eigen plan getrokken. See you in Tafraoute!
OP een splitsing vraagt Cor of we misschien wel zin hebben in wat avontuur. Mwa, daarvoor hebben we ons toch ingeschreven, nietwaar?
Ik spreek hem nog wel even aan op zijn weggedrag. Anderen doen het zelfde. Cor belooft beterschap.
We rijden met hem mee over kleine bergweggetjes. Erg jammer dat de douanier ons zo lang heeft opgehouden. Deze wegen moeten echt bloedmooi zijn, maar je ziet er bitter weinig van, in het donker. Wel net genoeg om te weten dat ja geen hoogtevrees moet hebben om hier met deze regen doorheen te knallen, kan het niet anders zeggen. Wel verréktus gaaf om te doen. Met tachtig kilometer per uur langs wegen waarvan de helft in het dal is verdwenen. Kuilen waar je een mooie vijver van zou kunnen maken omzeilend, af en toe even stoppen om te kijken of het wel kan.
Over het bakkie hoor ik Cor een terreinwagen naar voren roepen. 'Ga jij maar even kijken of we er doorheen kunnen'. luidt zijn opdracht. Ze vindt gehoor, en er wordt gedacht dat de rest er ook doorheen kan. Ik geniet met volle teugen als de Peugeot tot aan de dorpels in het water verdwijnt. 'Gas er op houden', tipt Cor door het bakkie. Het lukt!! 'Yes, eindelijk, ik ben weer in Afrika' bedenk ik mezelf, terwijl ik met groot plezier, en enige overdrijving, het gegeven advies opvolg. De Peugeot houdt zich kranig.
We raggen nog wat verder, en na een paar keer de weg vragen, horen we over het bakkie toch de mededeling; ' Euhm Cor' eerst weifelend en dan door Cor's even weifelende antwoordt, met veel meer zekerheid gesproken:' Onze navigatie geeft aan dat we nu naar het westen rijden, maar we moeten naar het zuiden.'. Om kort te gaan, we keren. Ik denk bij me zelf;'Ik blijf mooi met de voorwielen op het asfalt, dan gebeurt me niks'. Goed gedacht, een 4x4 rijdt zich vast in de berm. Geen probleem, binnen 5 minuten is hij weer los getrokken. Nu wordt het écht leuk. Dit pad, bij nacht en na zoveel regen... Hier en daar is de weg gewoon even weg. Had zin in een uitje, en zocht het lager gelegen dorp eens op, beviel het daar wel, en had geen zin om terug te gaan. Dan maar zonder stukkie weg verder. Ook Cor die deze rit voor de zeventiende keer, is dit een uitdaging.
Dan klinkt er opeens over het bakkie; 'Cor, we moeten nu echt even stoppen, want we horen rare geluiden uit onze auto komen, en de controle lampjes van de remmen branden'. Veel heen en weer gepraat over de zin en onzin van deze dingen. Ook de kleur komt nog even ter sprake. We stoppen en gaan kijken. 'De beschermplaat van de bodem ligt los, geen probleem!', en we stappen met zijn allen weer in.
Wel een probleem dus, maar niet die beschermplaten. De veerpoot is door het chassis gekomen in een van de laatste kuilen. Het ziet er niet uit. Beteuterd horen we Cor zeggen;'Daar wordt ik toch wel even stilletjes van, jongens!'.

De monteur uit ons gezelschap in eerste instantie ook. Maar hij begint te knutselen! Er komen 'inlanders' aan om te kijken wat er allemaal gebeurt. Met een Mercedes natuurlijk. Ook zij weten niet wat ze daar op dit uur aan kunnen doen. Er wordt nog even gevraagd of ze het onderdeel uit de Mercedes van de Marokkaan mogen slopen, maar ook dat lukt niet. Besloten wordt dat de groep door gaat naar Fés, en de mensen van de Mers zullen daar overnachten, en de volgende dag naar de garage gaan. Wel moet het ding nog even rollend gemaakt worden. Ik ga terug naar mijn auto waar Peter zit te wachten en een beetje baalt, want hij is moe, en geen nachtmens.
We babbelen nog wat, luisteren muziek, en dan opeens blijkt de Mercedes toch weer mee te kunnen. De Marokkaan rijdt voor als we keren en vertelt precies welke weg beter te nemen is. Dan nog even zoeken naar de Camping.
Om een uur of drie, half vier Nederlandse tijd, zet ik mijn tentje op, praat nog wat met andere teams en ga ook even pitten, Peter pit al in het blik.
Het was een lange dag. Morgen naar Marrakech, is ons plan.