Tafraoute Lac Rose

Goedendag allemaal,
Het is alweer even geleden dat ik een reisverslag heb gemaakt. Door slechte internetverbindingen en geen zin door vermoeidheid, en gezellige biertjes drinken maakten dat ik mijn reisverslagen wat heb laten verslonzen.
Tafraoute, Liesbeth. Mooi hotel, lekker eten en een prachtige omgeving. Ik heb er een flinke wandeling gemaakt door een palmbomentuin, langs de rotsen. Veel ezeltjes geaaid net als zwerfhonden die genoten van een vriendelijke aai.
Een nachtje doorgehaald, maakte dat ik bij terugkomst in het hotel, snel weer ben gaan slapen, eten en weer meer slapen.
De volgende dag naar Camping Bedouine, schrijf je vast anders maar daar maak ik me nu even niet druk om. De versnellingsbak wordt alsmaar slechter. Automaten en Afrika zijn gewoon niet voor elkander in de wieg gelegd. We halen de camping wel. Meteen horen we over de bak dat twee andere teams vast zitten in het drijfzand.Wij kunnen niet helpen, door de …te-versnellingsbak komen we zelf met moeite uit het zand.
Cor raadt aan in Laayune naar een goede garage te gaan, en geeft de coördinaten door. Die blijken wel in de buurt te komen van een Garage van Ali Mohammed, maar niet de bedoelde garage te zijn. Weten wij niet, en laten Ali sleutelen. Ali begint met zoete muntthee te schenken en warm stokbrood te serveren. Ook krijg ik een na even te wennen, toch wel lekkere yoghurtdrank te serveren. Via de telefoon tolkt een kennis van hem. Hij is vakkundig, er blijken drie schroeven en een plaatje los op het carter van de veelvuldig eerder genoemde versnellingsbak te liggen. De olie is alweer vuil, en hij gaat op zoek naar een andere disc. Die is niet te vinden, maar de betere montage, en het verversen van de olie, maakt dat de wagen weer een stuk vlotter gaat.
Ondertussen is ook Cor met een aantal andere teams even langs gekomen, maar die besluiten door het aanzien van de ‘garage’, toch maar elders heen te gaan. Van vroeg wegrijden is niks meer gekomen, maar we hebben goede moed. Laat komen we bij hotel Barbas, voorbij Dakhla aan, net voor de grens met Mauretanië. ‘Onverantwoord, maar blij dat jullie er zijn’, zo worden we rond half twaalf onthaald. Het regende onderweg. Ja ja, zelfs in de Sahara regent het wel eens, als ik op vakantie ben. Onverantwoord? Het is een lange rechte weg, Herman was erg moe, en dan wordt sturen op zon’n weg, met het marokaanse verkeer niet erg veilig. Ik heb de laatste paar uur in het donker maar gereden, ik ben nl meer een avondmens dan Herman, die graag vroeg uit de veren is.
We kunnen uitslapen, de volgende dag is er een van de grens overgaan, en een camping opzoeken. Rond elf uur rijden we weg. Even tanken, en na een uurtje of zo staan we aan de grens met Mauretanië. Iedereen moet vingerafdrukken laten maken en krijgt een visum met foto in het paspoort. Auto uit Marokko laten klaren, en Mauretanië in, het kost wat tijd. Steeds meer en meer ga ik van de europese open grenzen houden!
Het is er warm, erg warm, en duurt het wachten lang. Anders dan het vele administratieve werk, gaat het eigenlijk best snel.
De camping is een gezellige, maar met erg weinig voorzieningen. Er is wifi, maar niet van de kwaliteit dat je er echt iets aan hebt. Wij zetten ons tentje op aan het strand, en gaan naar de Kantine, zeg maar. De mooie, jonge spaanse eigenaresse regelt heerlijk eten en goede koffie. Best gezellig om met zo’n grote groep aan tafel te zitten. Hun hond lijkt verliefd op me te zijn. Ik heb hem even geaaid, en nog eens en nog eens. Hilariteit allom. Als ik hem wegstuur duurt het geen twee minuten eer hij weer bij me terug is. Telkens likt hij aan mijn vest.De opmerkingen kan je wel raden, en laat ik maar even voor wat het is.
De volgende dag rijden we de woestijn in. Grote vlaktes, veel zand en nog meer stenen.een redelijk probleemloze dag, al moet er tegen de tijd dat de avond valt, een wagen weer gerepareerd worden. Ze doen het in een uurtje of twee, en zo komen we in het donker aan op de plaats waar we wild kamperen. Een maaltje gekookt, wat warme wijn gedronken en een kampvuur. Redelijk op tijd het bed in, de volgende dag om zeven uur weg, is de afspraak.
Dat wordt acht uur tot grote ergenis van sommigen. Maakt mij niet uit, we gaan naar het strand, hoeven geen vliegtuig te halen. Ooh ja, er zijn ook teams de woestijn uitgesleept, naar de weg. Kapot wiellager en een met een kapotte versnellingsbak… Die laatste kwam de volgende avond weer bij de groep aan het strand, met verbazing over de omstandigheden in de werkplaats en plaatselijke werkwijze vertellen ze de grootste verhalen. De anderen bleven in Nouchacoud, waar wij de volgende dag ook zullen arriveren. Erg veel armoede en vuil in de enkele dorpjes die we passeren. Onze versnellingsbak wordt ook weer minder. We twijfelen of we hem zullen laten maken, en of het überhaupt kan. We besluiten het maar niet te doen. Alles bij elkaar is het nog zo’n duizend kilometer, en als het in Marokko niet kan, zal het hier vast ook niet gaan. Bovendien zullen we te laat in de stad aankomen, alles zal dicht zijn. Op het strand zetten we ons bivak op. Koken een maaltje, zwemmen in de warme zee. En dan verschijnen er opeens een paar jagende dolfijnen. Vissen springen uit het water, net als de dolfijnen. Een prachtig gezicht. Weer een kampvvur. Ik loop wat langs de kust, vind het mooi.
Lekker geslapen. Eerst had ik alleen het vliegenscherm voor de tent dicht gedaan, maar toen ik wakker werd van de regen, heb ik de tent maar echt dicht gedaan. Regen in de Sahara….
De volgende dag is het weer eerst zwemmen in zee. Ontbijten, koffie, meer zwemmen. Beetje rondlopen, hangen, zitten en meer van dat, zeg maar.
Rond een uur of twee rijden we weg, naar de hoofdstad. En nemen een hotel. Met een beetje feeling, valt er nog best mee te rijden.
Lekker douchen. De avonturen van de anderen horen, ons verbazen over de stad… Erg veel vuil, afval en zo, maar ook fonteinen en veel dure auto’s.
We eten in het hotel. iedereen vind het eten goed, nou ja, iedereen min ikzelf dan. Taai vlees, en kleine portie’s. Maar goed, de buik is vol.
Dat is die bij een deel van de deelnemers ook. Een ontlading volgt, geklaard is de lucht niet. Ik heb geen problemen met wie dan ook in de groep.
Helaas zijn er nu twee groepen. Nou ja. het is niet anders.
OP naar de grens met Senegal. Min of meer in colonne, gaan we op pad. De weg stijgt iets. Dat maakt het rijden met onze auto moeilijk. Vaak veel toeren, vaak net op een snelheid die voor ons moeilijk te houden is. De afstand wordt groter. We komen door een natuurpark, rommelig zoals heel afrika lijkt te zijn. Over een superslecht begaanbare dijk, komen we aan bij de grens. Mauretanië zijn we vlot uit. Over een brug komen we bij de douane van Senegal.
Dit is Afrika! Verkopers, bedelende kinderen, chaos, een plaatselijke tv zender. Een uurtje of twee later rijden we Senegal in. In colonne naar Saint Louis. Ik kan het bijhouden, zei het met moeite.
Ook hier weer een goed hotel. Echt lekker eten. Gezelligheid. De stad stinkt, veel vliegen, echt Afrika. Een vissersstad.
We kijken onze ogen uit.Ik vind het prachtig, anderen zijn in shock. ’s Morgens rijden we in verschillende groepen weg. We gaan eerst pinnen, rijden dan nog een stuk door de stad, gewoon om het te zien. En dan weer verder, op naar Lac Rose.
Een mooie rit, eigenlijk wel. In onze groep rijden wij voorop, da’s handiger omdat niet elke snelheid voor ons te houden is. We vliegen hier en daar een te laat opgemerkte drempel over, zetten koffie in een dorp, eten wat in een afrikaans restaurantje verderop. Het is nog lekker ook, sommigen verbazen zich over de nette wc, zonder dollen.
Herman heeft het zwaar te verduren, de kwaliteit van zijn navigatie/waypoints wordt ernstig in twijfel getrokken. Maar zonder grote problemen, komen we via een zandafgraving aan bij Lac Rose, het befaamde eindpunt van de Dakar rally.

Fès Tafraoute

Opstaan, douchen, aankleden. Het lijkt zo makkelijk….
Sommigen onder jullie weten wel, dat ik van tijd tot tijd, weleens een aardig kuchje heb. Vanmorgen kreeg ik naar ook voor mijn begrippen, een behoorlijke hoestbui.
Pfff, hoor ik jullie denken, dat beloofd weer eens een spannend verhaal te worden. Nou nee, meer een angstig verhaal. Nu is een kuchje niet leuk, een hoestbui evenmin, maar daar houdt het dan ook wel mee op. Vanmorgen liep het net ff anders. Na het hoesten ontstaat er wel eens een kleine benauwdheid. Zo ook vandaag. Nou ja klein. Het leek wel of mijn strot dichtgeknepen werd. Ik kreeg écht geen lucht meer! Happend na adem, onstaat er een geluid wat ik niet weet te omschrijven. De ervaring is eng. Ik had echt even het idee te gaan stikken. Niet leuk, best wel een beetje angstig. Thuis maar weer eens op astma laten onderzoeken. Tien jaar geleden ook al eens gedaan, maar sindsdien ook geen last meer gehad, tenminste niet zo. Ik weet niet wat er gebeurde, lucht kon er wel uit, maar niet in. Na een minuutje of vijf ontspande het weer. Niet gestikt, angst daalde weer.
Eten en naar de monteur. Sympathie is weg. We kunnen vandaag rijden, maar geen nieuwe bak zegt hij. Terug in het hotel, deel ik het Herman mee.
‘We zien wel’, is zijn ongelovige commentaar.

Ik ga weer naar de Medina. Leker dwalen in de drukte. Een paar jaar geleden werd ik er horendol van, nu vind ik het een feestje. Tussen de inheemsen drink een kop loeisterke koffie, drink wat water. Schoenen kunnen niet worden gerolen, hij heeft geen ander paar in mijn maat.
Hij loopt er even mee weg, en ik krijg ze een paar minuten later gerepareerd terug. Naar de Hamam staat ook nog steeds op mijn to do list, maar nu even niet. Ik sjok en sjouw door de smalle straatjes. Ik zie er blijkbaar erg hongerig uit, want iedereen schuift mede menukaart onder de neus.

Ik in jellaba

 

Een grappig mannetje nodigt me zijn winkel in als ik naar zijn waar kijk. Jelleba gepast. Albert Jan in de jurk! Erwin je nieuwe mamma wordt misschien toch een papa! hihi. Nou ja, hier is het in elk geval een mannen-outfit. Twee stuks zoldervulling gekocht. Vreemde manier van prijsstelling hier. Begint bij 1200, ik krijg ze mee voor 500, per twee. Niet geschoten altijd mis. Koffie op een dakterras weer water erbij. Nu dan toch maar weer op zoek naar de uitgang. Groene borden hangen hier en daar boven de straten. Als ik ze volg, kom ik waar ik wezen moet. Taxi gepakt. Hij brengt me voor 15 dirham naar waar ik wezen moet. Ongeveer 10 minuten rijden. Een koppie thee kost meer. Die prijs is ook al gehalveerd. De eerste kostte 30 dirham. Ach ja..

De auto komt net van de krik af, als ik binnenkom. Babbel babbel, ik ben het er niet mee eens. Ruzie, handgemeen bijna. Maar goed, Herman gewaarschuwd. Nog meer praten.. Proefrit, nog een proefrit en nog een. Hij rijdt, we kunnen verder. Kost altijd minder dan de auto achterlaten, terug rijden heb ik ook geen zin in. Toe maar. We gaan. Leermomentje.
We pakken de spullen in en gaan op pad. Het wordt een straf stukje rijden. Het mooiste deel, het deel waar we écht een terreinwagen voor nodig hadden, hebben we gemist. Ik mis in alle eerlijkheid ook de gezelligheid, van het gemeenschappelijke. Maar we gaan naar een Camping  in de buurt van dat zoeken we op, Laâyoune.

Knallen met die bak. De overdrive werkt niet, de snelheid houden we maar op rond de negentig, honderd op teller. Rijden door de steden vergt enige concentratie. Smile, Toch weer wat avontuur. Daarna nemen we de tolweg. Rijdt tenminste door, en we hebben wat in te halen. We halen een nachtje door. Ik krijg nog een zo’n hoestbui, al is het veel minder heftig dan gisterenochtend. Écht niet leuk. Krijg na het hoesten gewoon geen lucht meer binnen.

Bellen met team Buurman en Buurman, en dan blijkt we ons een dag verrekend hebben. Wat moeten we nu weer een hele dag op de Camping in het zand, met zijn tweeën? Herman wil graag naar Liesbeth. Ze runt een hotel in Tafraoute, we zijn er eigenlijk al voorbij, maar begrijpen dat Buurman en Buurman daar ook heen gaan. Oke, draaien maar. De verbindingen zijn niet optimaal. Cor bereikt ons pas als we bijna in het hotel zijn.

Dat dacht ook een Marokkaan, schijnbaar. ‘Hey, die lag daar op de heenweg nog niet’! We stoppen en gaan kijken bij een auto die ondersteboven in de greppel ligt. Afgesneden door een vrachtwagen, begrijpen we uit zijn verhaal. Ongeschonden op een krasje op zijn hand na, kruipt hij net zijn wagen uit. De auto moet een beetje uitgedeukt worden. we houden iemand aan die de taal beter spreekt, en vervolgen onze weg.

Eenmaal in het hotel valt op hoe moe we zijn. Ik ga wat wandelen, Herman blijft hier. Voor ik wegloop, maak ik nog even een foto van de rots, achter het hotel .

Leeuwtjes rots

Fès-Fez?

Ik voor de blauwe poort FesEven onduidelijk als de afspraken met de monteur hier is de schrijfwijze van Fès. Maakt me ook echt geen drol uit. Het is wel een prachtige stad. Echt leuk. Gisteren met Herman de medina in geweest, vandaag ook. Het is vrijdag, da’s den moslims zondag, zeg maar. Veel sjoekies zijn dicht, toch vind Herman een nieuwe tas, De andere is kaduuk. Mijn slippers hebben niet de kwaliteit die ik er van verwachtte, de zool laat al los. Even ruilen dan maar. Terwijl Herman van alles aan het afpraten is met de verkoper van de tas, kijk ik even de straat rond. Een vrouw als uit de duizend en een nachten sprookjes, maar dan een stuk minder sprookjesachtig maakt het aloude afreken gebaar, en vraagt of ik getrouwd ben. Manlief cq, broerlief neemt het gesprek over. Ik mag met haar trouwen voor één nacht. Ik doe het maar niet. Beetje vreemd ook, ik stond alleen op Herman te wachten en keek naar het spelende kind, terwijl ik me afvroeg wat hun handel was.  Ik glimlach vriendelijk, en bedank voor het ‘even’ vriendelijke aanbod. Net een relatie van bijna twintig jaar achter de rug. Over devaluatie gesproken!
We lopen en dwalen verder. Een schitterende en erg grote moskee, er schijnt ’s werelds oudste universiteit te zijn gehuisvest.  Ook weer zo’n weetje van niks natuurlijk. Een lachende Marokkaan brengt ons naar de deur, verdwalen kunnen we echt goed en snel, als we vragen welke richting op.  Een klein muntje en manneke is happy.
Een vrolijke ober wijst ons een paar van de vrije stoelen, we nemen plaats. De man heeft lol in zijn werk. Het eten smaakt erg goed. Taxi naar het hotel. De sandalenman is vrij gebleken vandaag.  Herman en ik duiken even achter de computer. Ik verveel me, en ga  de stad in. Supergezellig. Als ik een jonge kat in een berg afval wil aaien, beweegt de stapel afval waar de kat op zit. Ik kijk nog eens, en zowaar, ze zit op een zwerver! Rustig sjok ik maar verder. De winkels zijn nog open, het is twaalf uur ’s nachts. Bij een straatventer koop ik wat fruit. Zelfde als ik in Zuid Afrika had. Cactusvijg of zo. Erg Lekker! Eenmaal terug in hotel klets ik online nog even, terwijl ik beneden onder de palmen zit, en ga dan naar bed.

Fes Fes 2

 

auto in garage 2

Wat een tegenvaller!!!

Real Bummer!!!
De dag begon prima. Goed uitgeslapen, beetje internetten, goed ontbijtje, veel koffie. Wat wil een mens nog meer?
Tja, ik weet natuurlijk nog wel een paar dingen, maar daar gaan we het nu niet over hebben.
Eentje wel, een goede versnellingsbak onder de Nissan bijvoorbeeld. Die zouden we toch wel graag willen hebben.
Aangekomen bij mijnheer de monteur ontstaat er bijna een handgemeen. Of we nog ff duizend euro erbij willen lappen.
‘Euh…., hou je van littekens in je gezicht of zo’?
‘Nee? Dan zou ik nu toch maar verrotte snel gaan knutselen vader’!
Ik vertel het hier iets lomper dan daar, maar de sfeer was wel zoals nu omschreven. Na wat geruzie in best wel veel verschillende talen begrijpen we dat de automaat  alleen nog in CassaBlanca te verkrijgen te is. Dan nog een heel verhaal over mogelijke tweewiel aandrijving, vinden we ook een plan van niks. Onze automaat ligt er niet meer, wij hebben het vermoeden dat het ding gereviseerd wordt. Wie zal het zeggen? ’t is en het blijft echt een beetje Mafrika hier.
Ach, heeft ook wel weer wat. Dat we niet door de zandduinen kunnen jakkeren, daar kan deze monteur ook niks aan doen. Dat we vandaag nog niet weer op pad zijn, is anders dan afgesproken. Ik twijfel een beetje aan zijn oprechtheid. Feit is dat ik het niet veranderen kan. Zonder versnellingsbak rijdt het echt vrij beroerd… Fredje Flinstone spelen, met een paar duizend kilo, gaat me vast niet lukken. ‘Wilma’, kan ik nog wel redelijk hard roepen, maar daar houdt het ook wel mee op.

Gedesillusioneerd verlaten we de garage weer. Op naar het hotel. Kamertje boeken, weer 75 euro weggefietst.. Nou ja, overleven we ook wel weer.
Bekertje wijn gepakt, ach nog eentje voor de schrik, en dan nog maar eentje tégen diezelfde schrik. Herman filosofeert over de best te nemen routes, ik download een navigatie op mijn telefoon, omdat ik google maps offline niet vinden kan. Opgeheven of zo? Twee dagen in Fes, en niks meemaken, niks zien van de stad? Amehoela!

Genoeg getreurd, we gaan de stad in. Taxi gevat. Dertig Dirhammetjes laters, en we staan bij de Blauwe poort, voor de Medina. Het is al wat later, maar ik vind die sfeer geweldig. Duizenden kleine winkeltjes, elke verkoper overtuigd van zijn praatje, vast niet van zijn waar… Ik neem me voor om eens met eigen auto of motor deze kant op te komen, en rond te reizen. Gewoon een paar dagen hier, een paar dagen daar. Toen ik met Edwin over dat beroemde plein in Marrakesh liep, was ik die opdringerige verkopers zo zat, dat ik er eentje op z’n oud, maar luid en duidelijk hollands, bewust maakte van mijn aversie jegens hem en zijn soortgenoten. Ik heb geen last meer van hem/hun gehad die avond. Ook toen was Edwin eigenlijk te bang om leuke dingen te doen. Niet gewoon de stad in, niet naar een Hamam, een Kashba, maar terrasje pikken, samen met de andere teams.

Ik merk dat ik wat avontuurlijker ben, risico’s wat positiever inschat, lol kan hebben om die andere omgangsvormen. Nu is het vooral rijden, genieten van het landschap, en tegenvallers verwerken met een lekker glas wijn, en rondkijken in een stad. Een volgende keer wil ik me ook wat verdiepen in de cultuur van dit land. Het is zo lekker anders. Zelden voelde ik me verder van huis dan hier. Ik koop een paar traditionele sandaaltjes hier, we gaan boven op een Kashba zitten, en bestellen een mixed gril, een milkshake met vers fruit. Met een zelfs voor deze regio  extreem trage bediening, eten we een uurtje later het maaltje. Koud vlees, hete frieten. De smaak was goed, maar het rundvlees verre van mals.

 

 

Ik voor de blauwe poort Fes

Terug naar het hotel maar weer. Taxi gevat, en hup naar het hotel. Taxi afgerekend, het laatste geld als fooi. Op de hotelkamer kom ik er achter dat mijn camera niet in de tas zat waarvan ik dacht dat ik hem er in gestopt had, dus ren ik weer naar beneden. De chauffeur staat aan de balie, ik bedank hem hartelijk. Een hand, een fooi, nog een had, en een brede lach. Niet heel mijn karma is slecht, bedenk ik me.

Ik neem nog wat post door, een slaapmutsje, en voor ik het weet slapen we weer. Half vijf vanmorgen werd ik de eerste keer wakker. Beetje facebook kijken, het laatste nieuws doornemen, en vervolgens nog weer een uurtje mijn oogjes dicht. En dan ben ik echt klaar met slapen. Voor het eerst eerder dan Herman mijn bed uit, gedoucht en naar het ontbijt. Goed ontbijt, veel leuke en vooral heel erg verschillende types.

Fes Fes

Na het eten ben ik internet opgedoken. Ik moet ook hier solliciteren.
Ik kan je verzekeren dat de site van het UWV enig geduld hebben vereist. Leuk wel… Vooral als de vebinding steeds uitvalt. Kwart voor twee duik ik mijn tent in met een beker wijn. Alsof ik weer op de Camino ben. Love it. Eenvoud is het kenmerk van het ware. Buiten op de camping klinken nog steeds de rollende lach, en vrolijke stemmen van mijn collegarijders. ’s morgens word ik best uitgerust wakker. Ik zet koffie, hang mijjn slaapzak te luchten, pak wat nieuwe kleren en vind prompt mijn dashcam, Deze dag kan niet meer stuk.

Op zoek naar een garage. De navigatie weet er een. Tien kilometer de stad door. Een iets andere rijstijl als bij ons thuis. Maar toch bereiken we de garage ongeschonden. Ik loop een knatoortje binnen. Van achter een klein burootje kijkt een mooie vrouw met vrolijke donkerbruine kijkers me aan. In mijn beste frans steek ik van wal. Ondeugend geeft ze ook in  het frans antwoord. Ik voel me er wat opgelaten bij. Ze lacht, en zegt dat de montuer er met een kwartiertje zal zijn.
Onbetrouwbare lui hier. Nog geen vijf minuten later is hij er al, en commandeert de auto naar een plek, vlak voor zijn schuurtje annex werkplaats. De olie wordt snel vervangen, erg veel beter rijdt de wagen niet. ‘U moet naar de Nissan garage’, we krijgen het adres mee. De eerder beschreven goedlachse marokkaanse, verteld ons in het Engels waar we die garage kunnen vinden. In die buurt vragen we het nog eens, en nog eens en nog eens. Veel garages, geen Nissan.
Een ander zegt dat er hier geen Nissan garage is, en vraagt wat het probleem is. We worden doorverwezen naar Achmed. Hij spreekt de naam met zoveel nadruk uit, alsof wij dat nog nooit gehoord kunnen hebben. We gaan maar weer op weg. Achmed vinden we ook niet, maar een expert op het gebied van automatische versnellingsbakken wel. Ook hij tapt de olie af, maar verwijdert ook het carterdeksel. Een grote zwarte troep. Hij wijst op metaalsplinters, en kijkt bezorgd. Ongeveer even eerlijk als wij bij de douane, bedenk ik me. Vuil is het wel, de splinters zijn flink zowel qua aantal, als qua grote. Hij maakt alles schoon, nieuwe olie erin. Gaan met die banaan. De monteur rijdt mee. Praat wat frans, wat arabisch en wat gebarentaal. Die laatste begrijp ik het best.  De bak doet het beter, maar niet goed. Nieuwe bak is beste. Ik kan kan hem repareren, maar ik weet niet of hij dan heel blijft. Twee dagen.. Heel veel euro. ‘Kan je die beter een keertje in de tank gooien, is goeiekoperder dan zoiets’. ik zeg het maar vast, als we de anderen inhalen, zal het commentaar niet van de lucht zijn.

Auto in garage

Jammer, ik had deze dagen graag de woestijn in gegaan. Andere keer misschien. Met zestig kmh naar huis willen we ook niet. Maken maar.

 

 

 

 

Herman controleert.

 

 

De monteur wacht niet. Een uurtje later een peukie, en verder ligt hij op zijn rug onder de auto. Zwart van het smeer. Er komt iemand koffie voor hun brengen, hij bied het ons aan. Sociale lui, maar ik sla even af.
Er loopt steeds een kat langs, duikt in een stapeltje onderdelen, en komt er dan telkens een paar minuten later weer uit.
Ik pak een bekertje wijn achteruit de auto. Geniet ervan, maar het maakt me ook slaperig. ‘Of er een hotel in de buurt is’?
Dit keer geen neef, maar een vriend. Nagelnieuwe Citroen C4. Het gaat steeds beter in Maroc. Twee minuten rijden staan we voor een Ibis. Een halfuurtje later val ik in slaap. Herman stoeit met zijn telefoon.

Lang slaap ik niet. Ik ga mijn tandjes even poetsen, naar de wc, axe is misschien ook wel prettig voor hen die mijn aanwezigheid van dichtbij mogen meemaken. We lopen terug naar de garage. De versnellingsbak ligt er onderruit, ze zijn een andere aan het regelen. ‘Als die maar goed is’, maar dat kan je aan de buitenkant niet zien, volgens mij. God zegene de greep….. Niet spotten aajeetje

’t Is geen spot, meer een uiting van hoop..
ik haal de wijn en twee bekers uit de auto, mijn fototoestel en ipad mogen ook mee met het baasje. Bifiworstjes en bekers, Herman weet waar. Rustig lopen we terug, drinken een bekertje, en nog een. Prima slaapmiddel die wijn. Frans spul. Ik begrijp steeds beter waar hun arbeidsetos vandaan komt!

Eigenlijk zou ik nu graag op avontuur in de stad gaan. Beleven hoe marokanen hier in Fes hun vertier hebben. Maar de wijn maakt slaperig, de kosten zijn al zo hoog geworden. We gaan eten. In het hotel. Tajien, ik weet eve niet hoe je het schrijft. Moet je ook eigenlijk helemaal niet doen, gewoon eten en genieten. Dat lukt prima, het is lekker. Aan het tafeltje achter me zit alweer een prachtige vrouw in haar eentje. Nou ja, in haar eentje. Twee katten houden haar luidkeels gezelschap. Af en toe lopen ze het restaurant in. Het zou me niks verbazen dat de kok een felixliefhebber is. Ze komen regelmatig kauwend, lees schrokkend, terug. De vrouw lacht, ik hou echt van lachende vrouwen, bedenk ik me. Ze haalt nog een paar keer salade van de bar, eet alsof ze bang is dat de jonge katten het van haar bord afhalen. Die blijven echter luid mauwend van haar voedsel af. Ons maal wordt geserveerd, de jonge katten zijn weg. Koffie toe, en weer naar boven. Nog een wijntje. Gaat echt maar weinig in zo’n bekertje!

Voor het eerst deze challenge lig ik vroeg op bed, voor tienen. Ik slaap als een blok. Vanmorgen heel even wakker geweest, toilet bezocht, facebook bekeken, en hup me weer vol overgave aan vriendje slaap overgegaven. Om een uur of acht zitten we aan het ontbijt. Even later achter de computer.

Wordpress

Twee keer schrijf ik een stuk, twee keer is het weg als ik het uploaden wil. Foto’s willen ook niet in eens. Een hele dag in Fes geweest, weinig gezien van die stad. Vanavond en vanacht naar de rest van de groep… Dat wordt flink doorrijden.

 

 

 

 

Wish us luck!

Stogrande Fes

’s Morgens om kwart voor zes gaat mijn wekker, na twee uur en drie kwartier geslapen te hebben. Het was echt gezellig gisterenavond. Veel flauwe kwats, zoals we in het rijk van Nijmegen zeggen. ’s Morgens betaal je daar een zekere fysieke tol voor. Ik wel tenminste.

‘Herman’, roep ik, maar zijn gehooraparaat ligt op het nachtkastje.
Lampen aan dan maar. Een verbaasde blik mijn kant op. ‘Hoe laat is het’? ‘Tien voor zes’ ‘Kom we moeten gaan’! En hij springt zijnn bed uit. Ergens heb ik er bewondering voor, maar zoals al eens eerder gezegd, ik heb wat moeite met afsscheid nemen. Slaap beschouw ik als een goede vriend, altijd spijtig om zoiemand te vroeg te zien gaan…
Terwijl Herman de badkamer inspringt, zit ik wat verdrietig over het verlies op mijn bedrand, rustig aan het idee te wennen. Mijn spullen gooi ik in de tas, de kleren hang ik aan mijn lijf. Tamdjes poetsen, afwateren, en nieuw water er in, en ook ik loop naar beneden. Spullen in de auto. Over staan branders water te koken, de geur van koffie komt me tegemoed. Kauwende mensen, pratende mensen, vrolijke mensen, duffe mensen. Iedereen heeft er zin in. Zin om te gaan, Half zeven staan we langs de kant van de weg opgesteld, ronkende diesels.

Vertrek sotogrande

 

Half zeven, een beetje scherpig, beetje bot, rijden we in colonne weg.
Niet al het overige verkeer is het er mee eens, maar het legt zich er uiteindelijk wat morrend bij neer.
Iets na zevenen sstaan we bij de haven, half acht op de boot.

 

Daar is ook de eerste douanier. Hij zet wat stempels in mijn paspoort, een indentieficatienummer en ik krijg het weer terug.

mannen op de boot

Koffie ist angesagd worden! De eerste wil het alleen aan chauffeurs verkopen, die tweede wel. Het is er druk, de koffie is goed, het gezelschap nog beter. Anderhalf uur later rijden we weer op een groot haventerrein. Paspoort wordt nagekeken, en we worden naar het volgende poortje verwezen. Daar moeten we parkeren, paieren laten stempelen, enz. Herman komt een paar minuten later met een grote strenge douanemijnheer aangelopen. ‘Radio? Dat mag toch niet?’, Met onschuldige gezichtjes liegen we de boel bijelkaar. De grote belangrijke douanemijnheer vindt dat hij het landsbelang voldoende behartigt heeft, en wijst ons naar de volgende uitgang. We rijden frank en vrij Marokko in. Navigatie staat verkeerd, maar tien minuten later op de goede weg. Half uurtje later op de parkeerplaats van een grote supermarkt. Geld wisselen…, kan niet storing. Half uurtje wachten, kan nog steeds niet. Bij de kassa weten ze ons te vertellen dat we ook pinnen kunnen. Ik ben de dashcam kwijt, zoek een nieuwe. Hebben ze niet. Gelukkig maar, want een dag later vind ik hem in een andere tas!

Groentjes gehaald, water de man een kippetje, gegrild en wel. Op de parkeerplaats verorberen we hem, en besluiten om verder te gaan.

Ik ben in Afrika, dat wil ik merken ook. We kiezen voor het stippellijntje op de kaart. Onverharde, maar goed begaanbare weg, door de bergen. Mensen op ezeltjes, spelende en zwaaiende kinderen, grappige hoedjes, magnefieke uitzichten. Kodakmomentje, ergens hoog in de bergen. ‘Zou jij hier kunnen wonen’? vraagt Frank, ietwat ongelovig. ‘Ik denk dat ik hier wennen kan’, antwoord ik nog even nadenkend over zijn vraag. De scene van Frank Lamers in de film Desi en Dunja, gaat even door me heen. Mafrika, hier kan alles….

Kodakmoment

We gaan verder. Bij het vertrek had Charles me gezegd dat ik na deze trip nooit meer anders dan een automaat rijden wil. Ik ben nog niet om. Ook in de taxi’s vind ik ze niet fijn, vaak kaduuk. Als ik gas geef, brult de motor, maar eer dat vermogen op de weg is, zijn we alweer drie bochten verder. Ook bij het loslaten van gaspedaal, en het remmen, duurt het me allemaal te lang. Het lijkt wel of het steeds langer duurt ook. De bak maar in standje twee gezet. Overdrive uit, sportstand aan… Het helpt een beetje, maar op de snellere stukken, gewoon waardeloos. Herman neemt het stuur over. ‘ Oude techniek, de mijne reageert veel beter’! Niet veel later komen we tot de conclusie dat hij echt kapot is. Balen. We gaan voorp rijden. Zestig, soms zeventig, harder gaat tie niet. Op de camping vernemen we van een ander team dat ze ook zo’n probleem hadden. ‘Nieuwe olie er in, en je weet niet wat er gebeurd’! is het advies, van verschillende kanten. We krijgen weer hoop. Bestellen eten, een biertje. Dat laatste verkopen ze hier niet!

Toledo Sotogrande

Voor mijn smaak natuurlijk weer veel te vroeg op. Bovendien had ik gisteren best wel een paar biertjes op bij de barbecue, dat helpt ’s morgens ook niet. Ik heb nog even geprobeerd weer op het internet te gaan, maar de tijd drong. Op pad dan maar. Spullen waren snel gepakt, we waren het laatste team dat vertrok.
Morgen zal dat anders zijn.
Morgen vertrekken we met zijn allen, we moeten vroeg bij de boot zijn want die vaart om acht uur weg.
Ik zal kijken of ik wat meer foto’s met de Nikon maken kan, de telefoon laat aan kwaliteit wat te wensen over.
Na het vertrek een uurtje of zo door gereden, koffie gekocht en een ontbijtje gegeten. Vlot weer verder. Alle leidingen van de Nissan lijken nu goed schoon te zijn, hij rijdt nog beter dan toen we hem kochten. De sfeer in de auto is ook erg goed. We hebben veel zitten kletsen over het werk van Herman, familie en meer van dat soort van dingen. Niet heel spectaculair, maar een prima manier om de dag door te komen.
We zijn vertrokken met de zon aan het firmament maar niet veel later begint het te regenen.

Voor ik het stuur overneem, zeg ik tegen Herman die de regen echt niet leuk vindt, ‘Kom, laat mij je naar de zon rijden’! En zowaar een uurtje later schijnt de zon weer.
Tolpoortje na tolpoortje, pinnen we ons op weg naar Sotogrande. Dit is voor mij de derde keer in dit hotel en voor het eerst zonder gesleutel! De vorige keer hadden Peter en ik een kapotte leiding van de verwarming. We hebben die toen afgesloten. Daar hadden we een klein stukje stevige slang of buis voor nodig. Hoe kom je daar nu aan. Op een braak liggend stukje bouwgrond naast het hotel lag veel troep. Ik liep er wat doorheen, en helemaal achteraan vond ik toen een stuk waterleiding. Meegenomen, afgezaagd en gemonteerd. Net was er een ander team dat pannen had met een leiding. Ze vonden een monteur in een dorpje drie kilometer van hun kapotte auto. Een hogedruk-brandstofleiding. Gerepareerd/vervangen in no-time. Ze verbaasden zich over het toeval. Ik niet. Net als de Camino, zorgt ook de Challenge voor haar deelnemers….

Het eten in dit hotel is niet echt om over naar huis te schrijven, maar de sfeer goed.
Op het terras worden we verwelkomt, door andere teams. Er volgen nog velen. Foto’s maken doe ik pas als het bier bijna op is, en gesprekken in volle gang zijn.
op het terras
Het eerste team is uitgevallen. In Parijs al, gestrand met een kapotte koppakking. Ze hebben nog geprobeerd een andere auto te regelen, maar konden de prijs niet overeen komen, bovendien was die auto dan een Franse, en dus niet gekeurd. Ze durfden het niet aan. Jammer, bij de start verbaasde ik me over de toegenomen kwaliteit van de auto’s ten opzichte van eerdere challenges. De start is dan wel in Antwerpen, het echte reizen, het avontuurlijke deel, dat begint de komende dagen pas, dus daarover ook dan pas meer.

De biertjes bleven maar komen, meer dan mijn lever verwerken kan. Met Herman breng ik slingerend wat spullen naar de kamer, en besluit meteen te gaan douchen. Nou ja douchen, er is een bad en die luxe heb ik ook niet alle dagen, dus ik ga in bad. Even lekker relaxen, het vuil van zo’n autorit losweken.
Els verbaasde zich er altijd al over hoe vuil je in zo’n ding wordt. Ik heb veel aan haar gedacht de laatste paar dagen. Aan onze rit door Scandinavië. Tijdens die rit natuurlijk ook veel gekletst over mijn vorige reis naar Gambia. Ook zij had het graag eens gedaan. Eerst niet, te ver, en als vrouw door Marokko en Mauritanië dat zag ze eerst niet zo zitten. Maar toen ze de verslagen las en ook de andere teams  volgde, toen steeds meer.
En  tijdens de zevenduizend kilometer lange rit naar de Noordkaap en terug, genoot ze met volle teugen van het onderweg zijn. Als haar meer tijd gegund was hadden we het zeker een keer samen gedaan. Maar goed, tijd was haar niet meer gegund, en wat haar nog restte heeft ze ook goed benut. Nu ook haar moeder er niet meer is, en Erwin me volgt op facebook, merk ik wel dat het heel anders reizen is. Hoewel er zeker hele mooie mensen me volgen, echt dat idee dat ik mensen achterlaat, die me door en door kennen, willen weten hoe het gaat of bezorgd zijn, dat is veel minder. Misschien ook te veel weg geweest de laatste tijd. Tijd om het bad uit te gaan. Ik scheer me nog even, en dan meldt Herman dat het eten klaar staat.
Bijna een reden om juist vàn tafel te gaan hier, maar de calorieën zijn eigenlijk wel heel welkom. Na het maal steekt Cor van wal. De eerste breefing over de dag van morgen. Weer zo pokkevroeg op. Het ideé alleen al… Nee valt wel mee. Om zes uur klaar staan, om half zeven in colonne vertrekken. Bootje op, douaneman zit daar al. Stempeltje in het paspoort laten zetten, en gaan met die banaan. Ik ben benieuwd hoe het morgen gaan zal. De vorige keer stonden we een uurtje of acht aan de grens. Iets met medicijnen die mee genomen waren. Ontaardde destijds in een ‘Wie heeft de grootste piemelwedstrijd’, een zaak die door de douane erg serieus genomen werd, een term die destijds veel gebezigd werd. Ik ben benieuwd of morgen ook zo’n sleutelwoord opleveren zal, maar ergens heb ik het vermoeden dat dat niet zo zijn zal. Komt vast goed. Duim maar voor me.

Limoges – Nambroca,Toledo

‘Hey, Albert Jan! Wat dacht je?
Met die woorden maakte Herman me vanmorgen wakker. Ik kwam uit een diepe en vooral goede slaap.
Herman was al een uurtje uit de veren…
Het duurde even voor ik weer in de wereld der levenden was. ‘Euh, helemaal niks Herman, denken komt over een paar uurtjes wel weer, eerst koffie en wakker worden.
Dat laatste bleek een beetje tegen te vallen, rond een uur of zeven, misschien half acht, verlieten we Limoges. Ik moet zeggen de Nissan reed weer als nooit te voren.
We hadden er zin in. Ongeveer duizend kilometers te gaan. Volgens schatting a.t.a. tussen 18.00 tot 19.00 uur. We rijden wat, genieten van de mooie stad tijdens zonsopkomst. Verder is het landschap fenomenaal. Er word een koffie gescoord bij een Boulangerie. Ik had twee koffiebekers bij want als ze geen koffie om mee te nemen hadden, dan kan ik het over gieten.
De dame nam mijn bekers en vulde ze tot de rand toe met koffie, waar velen een moord voor over zouden hebben gehad. Echt lekker!
Echt een goddelijke drank, met liefde bereidt.
De glimlach op haar gezicht, bij het afrekenen, tja…, wie wint, de koffie of het meisje? Beiden zal ik onthouden, Beiden met passie. Ik snap niks van al die mensen die steeds weer zeggen, ‘Frankrijk is een mooi land, maar er wonen van die …Fransen’.
Tot nu toe vooral positieve ervaringen  met ze, en dan die vroutjesfransen… Euh genoeg daarover, eerst maar weer kilometers vreten.
We gaan weer op weg. De kilometers gaan vlot, ik houd van ze, zie ze graag komen, maar neem even graag afscheid van ze.
Een voor een komen ze langs, de meesten vlot, voor anderen nemen we wat meer tijd. Verschil mag er zijn.
Heerlijk om lekker ver van huis te zijn. Mooie omgeving, lekker zonnetje, leuke lui. Wat wil een mens nog meer?
Zal ik het je dan maar vertellen?
Ik vooral  slaap.
Langzaam dut ik weer in. Weerstand bieden is zinloos… Als ik even later weer wakkerschrik, is Herman daar meteen met een gepaste opmerking. ‘Zo, ben je d’r weer’?
De geplukte druiven geven me weer wat energie, de meesten zijn echt lekker. Ik begrijp die verbolgen merels wel.
We wisselen van positie en rijden weer door. Uur na uur door een steeds veranderend landschap en weer. Af en toe een buitje, grijze lucht. Die hebben we thuis ook al meer dan voldoende, hoef ik niet op de foto te zetten.
En zo lijkt de dag lekker rustig weg te kabbelen, niks aan het handje. Wat nou avontuur? Gewoon sturen, muziekje aan, gehaktballetje, druifje, broodje eten… Spannend hoor. Hahaha
‘s Middags weer tanken, we liggen goed op schema. De worsten wachten, het koele bier lonkt.
We rijden weg, maar de wagen begint te stotteren. Wit/blauwe rook. Op zich rijdt hij nog wel aardig, maar wel veel minder. Berg op, minder kracht, berg af, stotteren. Cruise control eraf. Nee maakt niks uit. Plof Plof Plof..
Weer die rookpluimen. Laten we maar even een parkeerplaats oprijden, uitvinden wat er aan de hand is. De parkeerplaats is gesloten, maar erachter staan we veilig, en kunnen we even kijken of we iets kunnen vinden.
Antwoord is nee, behalve heel veel ernstige walmen uit de uitlaat.  Herman, bel je zoon even, die is monteur, laat hem zijn licht er over schijnen.  Zo gezegd, zo gedaan. ‘Kijk eerst even naar de filters’!
We kijken, kloppen het luchtfilter uit. Het maakt niks. Rampscenario’s doemen op.
Wat te doen?
Wel wanneer in nood, Bel Cor!
Cor reed samen met een paar andere teams, zo’n honderdvijftig km achter ons. En laten daar nu echt hele vakbekwame monteurs bijzitten..
Een zwefkat wordt vriendjes met me. Ze wil de auto in, voer zoeken. Vinden wij een wat minder goed idee. Even later ligt ze op mijn voeten te spinnen.
Een uurtje, misschien wat meer, later komen ze bij ons.
De eerste wagen die aankomt rijden is team 1706.  Future team. Zal jullie niks zeggen, of inmiddels wel. Nou ja..17 06 dan. Als ik het zie staan, zie ik de ovelijdensdatum van mijn ouders. En dan future team.
 Namasté.
Wat bleek?
Tip voor de lerende lezer, leermomentje voor ons. Best belangrijk om in een dieselauto, diesel te gooien en geen benzine, wat voor een kwaliteit ook….

knutselen aan de Nissan

Maar 1706 en auto’s kan ook een hele goede combinatie zijn. In totaal stonden  er trouwens een stuk of zes teams daar aan de kant van de weg, te helpen. Hun allemaal niks te na hoor!
Was echt wel een topmomentje. De wagen was snel weer rijdend, de teamspirit is weer gesterkt. We kunnen weer verder. Eerst weer tanken. Herman mag het er indoen. Na een ongeluk moet je ook weer meteen achter het stuur kruipen, anders durf je nooit meer. Flauw hè? Het is mijzelf ook al eens overkomen, ik ga er niks van zeggen.
We rijden weer rustig verder, en komen aan bij Maarten, zijn vrouw en kinderen. Veel bier, veel barbecue, veel, heel veel gelach! Ik vermoed het half om half, dat er deze tour nog wel eens een opmerkingetje over gemaakt zal gaan worden.
Zou kunnen…
Ooh ja, zo zie je maar weer, nooit zwartkijken, soms heb je zelfs bij de olijfbomen gewoon wel verbinding…

Ps foto’s volgen nog, kan ze niet vinden, en ga lekker slapen.
Trusten

Dag 1 Antwerpen Limoges

WaalseKaay
Gevoelsmatig is het dag twee, gisteren aangekomen en vannacht bij teamgenoot Herman overnacht, maar eigenlijk zijn we vanmorgen pas uit Antwerpen vertrokken.
Om een uur of half acht acht uur lekker ontbeten bij Herman, nog even wat aangereikte spullen ingepakt, echt meesterlijk hoe goed ik dingen over het hoofd kan zien. Daar ben ik écht en met recht trots op.
Gelukkig is Herman’s vrouw erg goed in het vinden van mijn achteloos verspreidde of even achteloos achtergelaten spullekes.
Vervolgens nog een bakske koffie met appelgebak. Goede bakker daar in Ridderkerk!
Druiven uit de tuin worden geplukt. De merels zichtbaar geïrriteerd, maar ook voor hun blijft er genoeg hangen
Rustig rijden we naar Antwerpen, en parkeren langs de straat op de Waalse Kaay. ‘Hey Herman’, klinkt het uit de vele opgetogen monden.
Ik ga eerst maar eens koffie regelen. Het smaakt me, goede koffiedealer daar in Antwerpen.
Leuke stad ook, trouwens. Ik ben er met Els ook wel eens een nachtje wezen logeren, en een dagje wezen shoppen.
In een cadeau-shop eens een zakje piemeltjes van drop gekocht, direct opgestuurd naar een kennis van me in Duitsland, dropliefhebber, maar dat was niet de grootste overeenkomst.
Drie dagen later kreeg ik een mailtje; ‘Droplulletjes hummm’, Wat hebben we gelachen.
Cor roept elk team naar voren, en we krijgen allemaal een roadbook, vergezelt van een positieve babbel. Veel gelach, goede sfeer. Hier en daar een bezorgde achterblijver.
‘Komt allemaal goed’, is de meest gehoorde zin om eventuele zorgen weg te wuiven.
Half twaalf starten we de veelal dieselmotoren. Antwerpen ziet er zwart van, of is dat alleen van dat ene team?
De politie ter motor zet een paar straten af, en we mogen door het rood rijden. Leuke kerels wel, die zwaantjes, als ze zorgen dat we er een beetje vlot door die straten kunnen.
Wachten is nu meer iets voor toevallige voorbijgangers, arme hun.
Voor we het in de gaten hebben doemt Parijs op. Slechte ervaringen met de doorstroming daar, nemen we eens een andere route. Paar kilometers om, maar ach who care’s.
We kachelen lekker door maar niet over de peage, althans maar kleine stukjes..
Morgen wordt dat anders, de beloofde worsten voor op de barbecue liggen hier een kleine duizend kilometer vandaan, en die zijn toch wel erg belangrijk in het leven van een challenger.
De aanwezigheid van wifi in de olijfboomgaard waar we uitgenodigd zijn om te kamperen acht ik eerlijk gezegd niet heel groot, maar ik wil geen zwartkijker zijn.
Afhankelijk van de verbindingen, hoop ik jullie allen dan weer opnieuw op de hoogte te kunnen houden.
Tot dan!
DSC_1360

Op Reis

Op Reis.
We schrijven drie oktober tweeduizendvijftien. Half twaalf scherp, zal de karavaan van vierwielaangedreven auto’s onder politiebegeleiding het mooie Antwerpen verlaten. Een paar minuten later verdwijnen we over de snelweg in de richting van het zuiden, om negentien spannende dagen later aan te komen in Banjul, de levendige hoofdstad van het vriendelijke, bruisende Gambia.Het wordt een reis door verschillende culturen, door verschillende klimaten en bijzondere landschappen. Het rijden door de woestijn, de savanne, het woud en zelfs het mooie en comfortabele Frankrijk en Spanje, maakt de avontuurlijke reiziger in me los. Via deze site zal ik proberen jullie allen op de hoogte te houden van de soms saaie, soms spannende dagen.
Uiteindelijk zullen we onze auto’s gaan veilen in Gambia. De opbrengst van ons team zal gaan naar de bouw van een schooltje
Kunkujang (Gunjur) Nursery School  We kijken er naar uit de mensen van deze school te ontmoeten.
Tijdens eerdere ritten heb ik gereden voor SOS-Kinderdorpen. Ook nu zijn er teams die voor deze instelling rijden. Ik hoop echt dat ik in de gelegenheid zal zijn om ook daar een kijkje te nemen. Zelf heb ik een paar jaar van mijn jeugd doorgebracht op het ‘Kinderdorp Neerbosch’, gevestigd in Nijmegen. Ook ik ben in zekere zin een Afrikaans weesje, waardoor ik toch steeds meer een band voel met SOS Kinderdorpen.
zoals gezegd, ik ga proberen weer een mooi reisverslag te maken van deze bijzondere tocht.